Vernissage “Zorg in de Wijk”

Op 31 oktober vindt een vernissage en mini symposium plaats rondom de boeken die Martijn van Oorschot heeft gemaakt over wijkzorg. Elke dag weer werken duizenden mensen als zorgverlener voor die mensen in onze samenleving die zorg nodig hebben. Dat levert bijzondere relaties op. Die relatie is meer dan alleen de handeling die zo keurig beschreven staat in protocol, functiebeschrijving of handboek. Het drieluik dat voor Cordaan is gemaakt, thematiseert deze bijzondere relatie. Daarvoor is er antropologisch onderzoek gedaan naar het werk van al die mensen die in de zorg werken. Wat doen de mensen die die in de zorg werken zoal de hele dag en wat komen ze tegen?

Het drieluik toont de verzorgende, de relatie en de verzorgde en verwijst naar de gelaagdheid en meervoudigheid van die relatie. Eerst zijn er foto’s genomen in de praktijk. Daarvan werd een kleine verdichte selectie in olieverf geschilderd. Middels fototechnieken zijn die schilderwerken weer over elkaar heen gelegd en geprint op colorietpapier. Het eindresultaat   biedt een ontdekkingstocht voor wie er stil bij wil staan.

Op 31 oktober zal naast de onthulling van het kunstwerk door de meiden van Cordaan en Martijn van Oorschot, ook een mini symposium plaatsvinden over werken in de zorg. Hoe kunnen de inzichten uit het dagelijks werk en leven van verzorgenden en clienten bijdragen aan fijner werk?

De vernissage en mini symposium is alleen voor genodigden.

Tekst 1

Afgelopen jaar hebben we bij 5 teams voor wijkzorg onderzoek gedaan. Participatief onderzoek heet dat. Gewoon meedraaien met de dagelijkse gang van zaken en daar wat van vinden. Elk team verschilde enorm van de ander. Het werk leek op elkaar maar dat was misschien wel het minst interessante. Interessant is dat wij in Nederland Wijkzorg hebben op zo’n grote schaal en dat er zoveel mensen in werken. En het is nu eenmaal zo, samenwerking tussen mensen gaat niet vanzelfsprekend. Dus dat aspect is veel interessanter. Het technische deel, hoe je oogdruppels geeft, hoe je een stoma schoonmaakt, hoe je steunkousen aantrekt en noem maar op kun je leren op een opleiding en is redelijk standaard. Maar samenwerken is een ander chapiter. Dus dat hebben we onderzocht.

Continue reading “Tekst 1”

Tekst 2

Wat bedoelen we in deze studie met interactie? Het is lastig om dat simpel uit te leggen. Maar het is van belang. Interactie gaat over de manier waarop wij communiceren met elkaar als mens.

Er is een heel technische opvatting over hoe wij communiceren die nog steeds door veel mensen zo ervaren wordt en er is binnen de sociale wetenschappen een opvatting die veel omvattender is. We benoemen eerst de populaire opvatting en de consequenties daarvan. Later werken we de meer omvattende opvatting uit, zoals beschreven door Watzlawick en Bateson.

Continue reading “Tekst 2”

Tekst 3

De vraag die eerst beantwoord wordt in dit stuk is: wat is interactie? Om te beginnen geven we voorbeelden van wat het niet is.

Het idee dat doorgedrongen is tot in de haarvaten van onze samenleving is dat communiceren zenden en ontvangen is. Dit is ook deel geworden van de manier waarop mensen macht over elkaar denken uit te oefenen. Deze manier van communiceren is dominant en de mensen in een samenleving of samenwerkingsverband worden erop afgerekend als ze zich niet aan deze vorm houden. De straffen zijn navenant of dienovereenkomstig, met degradatie ofte wel zakken in de pikorde tot pure uitsluiting.

Continue reading “Tekst 3”

Tekst 4

In 2004 schreef Prof. Dr. Paul Verweel in het voorwoord van een van mijn studies:

Kan naast de pijn van dat proces ook de mode van het volgen, het gevoel van bevrijding en de machodrift van het scoren aan bod komen? Kortom, een breed scala van sociaal psychologische fenomenen… en kan een hoofdstuk gaan over de ondragelijke lichtheid van modes?

Het was mijn studie die ik maakte op basis van mijn onderzoek naar de verzelfstandigingsgolf in Nederland toen ik een aanstelling had aan de School of Governance, Universiteit van Utrecht. De studie heet De elementen van het spel. Toen constateerde ik op basis van een aantal casestudies dat verzelfstandigen leidt tot meer wantrouwen en dat het meer een proces is van in de steek laten, dan van een taakvolwassen organisatie de ruimte bieden van het zelf te mogen gaan doen.

Continue reading “Tekst 4”

Tekst 5

Ik kwam tijdens het onderzoek de volgende situaties tegen.

Een mevrouw van in de 90 wordt geholpen met steunkousen en krijgt oogdruppels. Ze is van goeden huize zoals dat heet. Ze was de enige dochter van haar vader en moeder en heeft haar hele leven in hetzelfde huis gewoond. Altijd alleen gebleven. Twee etages op een bovenverdieping. De buren azen op het appartement, zo laat ze weten. Een huis vol mooie Jaren 20 meubels, alsof ze gisteren gemaakt zijn. Alsof je een eeuw in de tijd terug stapt. De eerste verzorgende met wie ik meeloop doet de mededeling dat mevrouw lastig is. Als we er zijn voel ik spanning. Ze spreken bits tegen elkaar. Mevrouw wil de oogdruppels niet. De verzorgende dwingt haar deze op. De verzorgende wint: “Als u ze niet meer wilt, zal de huisarts ons dat moeten laten weten.” Als ze de oogdruppels niet meer wil moet ze dat door de huisarts aan de wijkverpleging laten weten. Ik bespreek dat met een andere verzorgende waar ik ook mee bij dezelfde mevrouw langs ga. Die vindt het onzin. Mevrouw moet dat zelf weten, zij is de baas over haar eigen lichaam. Het contact voelt voor mij ook met minder spanning omgeven.

Continue reading “Tekst 5”

Tekst 6

De wereld van de wijkzorg is gevuld geraakt met dingen. Hoe gaat dat vullen? Neem de steunkous. Ik heb tijdens het onderzoek ongekend veel steunkousen gezien die aangetrokken werden of uitgetrokken. Waarom het gebeurde wisten de verzorgden vaak niet, ze deden het gewoon, het was een deel van hun werk.

Je zou de geschiedenis van de steunkous kunnen schrijven om erachter te komen hoe dat ooit begon en dan nog is het een andere vraag hoe het komt dat het een onderdeel van de taken van wijkzorg is om bij mensen steunkousen aan te trekken. Dat is geen geschiedenis van de ontwikkeling van de steunkous, maar de manier waarop het ding tot betekenis komt in onze samenleving. En dan voornamelijk hoe het mogelijk is dat de steunkous een van de vele dingen is “waarin het leven, van individuen, niet gemodelleerd, vervuild, of gecontroleerd wordt door een apparatus.” Aldus Giorgio Agamben (2009).

Ik ben wat betreft de feitelijke geschiedenis wonderlijke teksten tegengekomen waarin beweerd wordt dat de neolithische mens al steunkousen droeg, getuige rotstekeningen in de Sahara bij Tassili n’Ajjer. Helaas ontbrak het aan de bijbehorende afbeelding en ik kan ze niet ontdekken. Maar ja, er zijn ook een slordige 15000 tekeningen. De schrijver bleek de zoon te zijn van een TPO journalist, een blaadje dat opgericht lijkt om Sylvana Simons zwart te maken.

Dan valt ergens te lezen dat de Romeinen al steunkousen hadden, maar dat pas bij de uitvinding in 1598 van de breimachine in Engeland de productie echt op gang kwam. Ook allemaal niet onderbouwd. Pas in 1959 en met het uitvinden van synthetische stof dit-of-dat, zag de ware steunkous het licht. Laten we dus de serieuze steunkous zijn aanvang nemen in 1959, hoewel wellicht zijn voorloper al veelbelovend was, maar nog niet gemaakt kon worden.

En dat laatste maakt dat ik nu, als ik aan steunkousen denk, de knibbelige knietjes van de moeder van mijn moeder voor me zie, bedekt door een beigeachtige stof: de steunkous. Als kind dacht ik echt dat die kousen bij haar hoorde, dat ze er mee geboren was, dat ze zonder die steunkousen niet langer oma zou zijn. En dat zij zich aan mijn opa bekend had, terwijl zij met niet meer dan haar steunkousen en al op hem lag te wachten. Mijn moeder was een moetje. De erotische werking van steunkousen is nog nergens onderzocht.

Continue reading “Tekst 6”