Tekst 1

Afgelopen jaar hebben we bij 5 teams voor wijkzorg onderzoek gedaan. Participatief onderzoek heet dat. Gewoon meedraaien met de dagelijkse gang van zaken en daar wat van vinden. Elk team verschilde enorm van de ander. Het werk leek op elkaar maar dat was misschien wel het minst interessante. Interessant is dat wij in Nederland Wijkzorg hebben op zo’n grote schaal en dat er zoveel mensen in werken. En het is nu eenmaal zo, samenwerking tussen mensen gaat niet vanzelfsprekend. Dus dat aspect is veel interessanter. Het technische deel, hoe je oogdruppels geeft, hoe je een stoma schoonmaakt, hoe je steunkousen aantrekt en noem maar op kun je leren op een opleiding en is redelijk standaard. Maar samenwerken is een ander chapiter. Dus dat hebben we onderzocht.

Continue reading “Tekst 1”

Tekst 2

Wat bedoelen we in deze studie met interactie? Het is lastig om dat simpel uit te leggen. Maar het is van belang. Interactie gaat over de manier waarop wij communiceren met elkaar als mens.

Er is een heel technische opvatting over hoe wij communiceren die nog steeds door veel mensen zo ervaren wordt en er is binnen de sociale wetenschappen een opvatting die veel omvattender is. We benoemen eerst de populaire opvatting en de consequenties daarvan. Later werken we de meer omvattende opvatting uit, zoals beschreven door Watzlawick en Bateson.

Continue reading “Tekst 2”

Tekst 3

De vraag die eerst beantwoord wordt in dit stuk is: wat is interactie? Om te beginnen geven we voorbeelden van wat het niet is.

Het idee dat doorgedrongen is tot in de haarvaten van onze samenleving is dat communiceren zenden en ontvangen is. Dit is ook deel geworden van de manier waarop mensen macht over elkaar denken uit te oefenen. Deze manier van communiceren is dominant en de mensen in een samenleving of samenwerkingsverband worden erop afgerekend als ze zich niet aan deze vorm houden. De straffen zijn navenant of dienovereenkomstig, met degradatie ofte wel zakken in de pikorde tot pure uitsluiting.

Continue reading “Tekst 3”

Tekst 4

In 2004 schreef Prof. Dr. Paul Verweel in het voorwoord van een van mijn studies:

Kan naast de pijn van dat proces ook de mode van het volgen, het gevoel van bevrijding en de machodrift van het scoren aan bod komen? Kortom, een breed scala van sociaal psychologische fenomenen… en kan een hoofdstuk gaan over de ondragelijke lichtheid van modes?

Het was mijn studie die ik maakte op basis van mijn onderzoek naar de verzelfstandigingsgolf in Nederland toen ik een aanstelling had aan de School of Governance, Universiteit van Utrecht. De studie heet De elementen van het spel. Toen constateerde ik op basis van een aantal casestudies dat verzelfstandigen leidt tot meer wantrouwen en dat het meer een proces is van in de steek laten, dan van een taakvolwassen organisatie de ruimte bieden van het zelf te mogen gaan doen.

Continue reading “Tekst 4”

Tekst 5

Ik kwam tijdens het onderzoek de volgende situaties tegen.

Een mevrouw van in de 90 wordt geholpen met steunkousen en krijgt oogdruppels. Ze is van goeden huize zoals dat heet. Ze was de enige dochter van haar vader en moeder en heeft haar hele leven in hetzelfde huis gewoond. Altijd alleen gebleven. Twee etages op een bovenverdieping. De buren azen op het appartement, zo laat ze weten. Een huis vol mooie Jaren 20 meubels, alsof ze gisteren gemaakt zijn. Alsof je een eeuw in de tijd terug stapt. De eerste verzorgende met wie ik meeloop doet de mededeling dat mevrouw lastig is. Als we er zijn voel ik spanning. Ze spreken bits tegen elkaar. Mevrouw wil de oogdruppels niet. De verzorgende dwingt haar deze op. De verzorgende wint: “Als u ze niet meer wilt, zal de huisarts ons dat moeten laten weten.” Als ze de oogdruppels niet meer wil moet ze dat door de huisarts aan de wijkverpleging laten weten. Ik bespreek dat met een andere verzorgende waar ik ook mee bij dezelfde mevrouw langs ga. Die vindt het onzin. Mevrouw moet dat zelf weten, zij is de baas over haar eigen lichaam. Het contact voelt voor mij ook met minder spanning omgeven.

Continue reading “Tekst 5”